| Submission |
| Geschreven door Mohammed Benzakour | |||
|
De kern van het geloof, in tegenstelling tot de filosofie, is dat het zich afspeelt in het buitenissige domein van wat niet gekend kan worden. Dat is aannemelijk ook haar kracht. Is het immers niet zo dat als het wel gekend kon worden het geloof saai en zinloos zou zijn? Schuilt Gods alomtegenwoordigheid en aantrekkelijkheid niet juist in Zijn onzichtbaarheid? Het is niet onwaarschijnlijk dat wanneer we tijdens de lunchpauze een bebaarde grijsaard op een wolk zouden zien dansen, kerken en moskeeën hun deuren terstond kunnen sluiten.
De kern van het geloof, in tegenstelling tot de filosofie, is dat het zich afspeelt in het buitenissige domein van wat niet gekend kan worden. Dat is aannemelijk ook haar kracht. Is het immers niet zo dat als het wel gekend kon worden het geloof saai en zinloos zou zijn? Schuilt Gods alomtegenwoordigheid en aantrekkelijkheid niet juist in Zijn onzichtbaarheid? Het is niet onwaarschijnlijk dat wanneer we tijdens de lunchpauze een bebaarde grijsaard op een wolk zouden zien dansen, kerken en moskeeën hun deuren terstond kunnen sluiten. Een gelijksoortige energie lijkt ook van kracht in de liefde. Een van de oudste (Arabische?) liefdeslessen luidt: vrouw, geef nooit meteen je geheimen prijs. Wat zoveel zeggen wil dat de vrouw het vuur in de man gestadig moet aanwakkeren. Ze reikt hem een vinger en als hij hem wil kussen trekt ze hem gauw terug. Later wordt die vinger een hand. En nog later een mond. Haar toegeeflijkheid voltrekt zich in tergend kleine stapjes. Op die manier kan een vrouw (zelfs als zij niet direct uitnodigt tot geslachtelijk verkeer) de smachtende man eindeloos bespelen en hem uiteindelijk, als in bed de uitbarsting van hartstocht zijn climax bereikt, voorgoed voor zich winnen. In toneeltermen heet dat het knaleffect. Ik moet hier steeds aan denken als ik de soap aanschouw rondom de film Submission. De film zou tijdens een debat over de veiligheid van filmmakers worden vertoond op het Internationale Filmfestival Rotterdam, als niet op het allerlaatste moment de producent, Column Productions van Gijs van de Westelaken, had besloten de zaak te annuleren. Reden: ieder risico voor het personeel moet worden uitgesloten. Een dreigende email is voldoende om te beslissen geen risico te willen lopen, aldus Westelaken in deze krant (Kunst, 28 januari). En zo kon de klucht andermaal worden opgevoerd: grote consternatie op het Binnenhof, parlementariërs die zich verdringen bij de interruptiemicrofoon, kamervragen, open brieven, in dit geval aan de Rotterdamse burgemeester Ivo Opstelten. De burgervader, aan wie dringender dan vriendelijk verzocht werd de producent alsmede het festivalbestuur op andere gedachten te brengen, haalde weliswaar bakzeil, maar de pers spon er opnieuw lange garen bij. Zodat de mythevorming rond Submission en zijn geestesouders (Hirsi Ali en van Gogh) een nieuw hoogtepunt bereikte. Het is niet de eerste keer dat deze film ons als een warme worst wordt voorgehouden om hem op het laatste ogenblik voor onze hongerige monden weg te kapen. Het Stedelijk Museum heeft al eerder op het allerlaatste moment de vertoning van de film afgeblazen en de VPRO, die een herhaling had beloofd, zag daar later toch maar van af. Moet men danig paranoïde zijn om hier een patroon in te ontdekken? Ik vraag mij dus oprecht af of van de Westelaken en de andere spijtoptanten werkelijk zo naïef zijn om te denken dat Nederland gevrijwaard is van lolbroeken die er behagen in scheppen geregeld doodsdreigingen rond te sturen? Vanzelfsprekend is het verschrikkelijk om te functioneren in een sfeer van dreiging en chantage, maar soms is enige relativering verdienstelijk. Zelf bereiken mij sedert enkele jaren geregeld via brievenbus en emailbox doodsberichten. Hielden ze allemaal voet bij stuk, was ik nu pak hem beet honderd keer dood geweest. Dus ik lees ze niet meer, al was het maar omdat ze doorgaans in een slordige stijl zijn geschreven. Mocht u echter denken dat ik sta te popelen om de film op het Filmfestival te zien, moet ik u teleurstellen. Reeds via internet heb ik hem (tot ongenoegen van Van de Westelaken die het downloaden ijverig tracht te voorkomen) bekeken en wat mij betreft is hij voor herhaling niet vatbaar. Voor zover Submission schokkend is, betreft dat vooral de filmische kwaliteit: prutswerk. Met alle respect voor wijlen van Gogh, maar volgens alle cinematografische maatstaven hoort Submission thuis bij het soort vormingstoneel dat eerder de slaap dan de emancipatie van moslimvrouwen bevordert. Zowel het script, als het acteerspel, als het drama-ingrediënt, als originaliteit (wat betreft dit laatste herinner ik eraan dat een Iraanse kunstenares al jaren geleden beelden maakte van naakte vrouwenlichamen waarop sacrale teksten waren gekalligrafeerd) zijn benedenmaats. Het spel met kleuren en licht is mooi, dat wel, maar daarmee is de film niet gered. En precies dit benedenmaatse sterkt het vermoeden dat achter dat hele annuleringscircus het idee schuilgaat volgens welke een maximaal effect kan worden behaald uit een minimaal reservoir. En wel door het werk, analoog de lessen van liefde en geloof, te omzwachtelen met een waas van onzichtbaarheid, taboe en mysterie. En zie, een cultstatus lonkt. Bij God en in Nederland is alles mogelijk, zei Reve. Vooral, zeg ik erbij, wanneer de zoete klank van muntstukken opklinkt. Waarom dus niet de mythe een poos langer in stand houden om op het juiste moment, dat wil zeggen tijdens een nieuw mediacontroversieel hoogtepunt, toeslaan door het pamflet aan te kondigen als koopvideo, om vervolgens, zoals uitgeverijen dat tegenwoordig vaak doen, via dagbladen de dagen aftellen zodat het klootjesvolk op le jour suprème in de frisse morgen massaal in de rij staat bij de Free Record Shop? Kassa! Tja. Hoewel naar mijn overtuiging een gerenommeerd filmfestijn niets anders dan zuiver artistieke (en dus niet politieke) toetsstenen als selectiegrond mag hanteren, roep ik bij uitzondering dit: beste festivaldirecteur, beste van de Westelaken, draai toch die film! Toon ruggengraat en laat de wereld zien dat alle ophef gegrond is op een potje prut. Prut waar een niet onverdienstelijke cineast als Theo van Gogh nauwelijks trots op kan zijn. Een beetje fijnbesnaarde Mohammed B. zal er zijn schouders bij ophalen, en wij, professionals en dilettanten, kunnen voortaan onze tijd en energie stoppen in dingen die er werkelijk toe doen: genieten van goede kunst, bijvoorbeeld. Mohammed Benzakour, publicist
Markeer als favoriet
Bookmark
Email dit artikel
Hits: 3113 Commentaar (0)
![]() Schrijf commentaar
|
| Aboe Hoerayra (r.a.) verhaalt dat hij de Boodschapper van Allah (s.a.a.w.s.) hoorde zeggen : "Niet een van jullie behoort op vrijdag te vasten, tenzij hij op de daaraan voorafgaande , of de daarop volgende dag vast." (Boekharie en Moeslim) |