| Aflevering 7: het uitwissen van de zonden |
| Geschreven door Dar Altarjama | |||
|
De vorige keer hebben we een mooie beschrijving van het paradijs gegeven om te zien wat ons te wachten staat als we ons best doen in dit leven. Maar een ding mogen we absoluut niet vergeten, degenen die het paradijs binnengaan, dragen geen enkele zonde, zij zijn volkomen rein van al het slechte. Maar, dan maken wij geen enkele aanspraak op het paradijs, wij begaan honderden zonden per dag. Hoe kunnen we dat verklaren?
De vorige keer hebben we een mooie beschrijving van het paradijs gegeven om te zien wat ons te wachten staat als we ons best doen in dit leven. Maar een ding mogen we absoluut niet vergeten, degenen die het paradijs binnengaan, dragen geen enkele zonde, zij zijn volkomen rein van al het slechte. Maar, dan maken wij geen enkele aanspraak op het paradijs, wij begaan honderden zonden per dag. Hoe kunnen we dat verklaren? De engelen zullen tegen degenen die het paradijs binnentreden zeggen: Vrede zij met jullie, jullie zijn gereinigd, en treedt voor eeuwig binnen. Hieruit begrijpen we dus dat er nog hoop is voor ons. We hebben dus de mogelijkheid om onszelf te reinigen van de zonden die we begaan. Als je oog nog een kleine zonde heeft omdat je een keer ergens naar hebt gekeken waar niet naar gekeken mag worden, val je van de siraat af, als je oor ooit iets heeft gehoord en daarvan nog niet gereinigd is, kom je het paradijs niet binnen en val je aldus van de siraat in het vuur (moge Allah 1 ons ervan weerhouden), totdat je uiteindelijk wel van die ene zonde bent gereinigd, dan mag je eruit en niet eerder. Een mooi voorbeeld waarmee je het zou kunnen vergelijken is goudwinning: Als men de goudertsen in handen heeft en er zuiver goud uit wil halen, worden ze in hete ovens gestopt totdat al het vuil weg is en men slechts zuiver goud over heeft. Je komt pas in het paradijs, als je zo zuiver bent als dat goud. Jullie zullen nu wel benieuwd zijn naar de manier(en) waarop we onze zonden kunnen uitwissen en het moge duidelijk zijn dat we dat hard nodig hebben als we het paradijs willen bereiken! Allah (VVIH2), de Barmhartige, heeft ons wel 11 kansen gegeven, 11 manieren, 11 stations voor het uitwissen van de zonden. Je kunt het stations noemen, omdat ze als het ware achter elkaar komen, van de een ga je naar de ander en aan het einde vinden we hopelijk de deuren van het paradijs, moge Allah ons daarbij helpen. Als wij deze kansen goed weten te benutten, staan we aan het einde van de rit dus voor de deuren van het paradijs. Van deze 11 stations zijn er 4 in het wereldse leven, 3 in het graf, en 4 op de dag des oordeels. Samengevat: we willen allemaal in het paradijs terechtkomen, maar je komt er alleen als je geen enkele zonde, ook geen kleine zonde, bij je draagt. Allah de Barmhartige heeft ons 11 kansen gegeven om onze zonden uit te wissen. Tijd om te verklappen wat die 11 stations zijn. De vier van het hedendaagse leven:
1- Het tonen van berouw. Dit hoeft niet zo moeilijk hoeft te zijn, je kunt elke avond in jezelf nagaan wat voor goeds en wat voor slechts je hebt gedaan, toon direct berouw voor je zonden en doe het inderdaad nooit mee. Het is zo makkelijk, wat houdt ons nog tegen?
2- Het vragen van vergeving
3- Goede daden die onze zonden uitwissen Bij de slag Badr gingen de moslims van Medina naar het plaatje Badr. Deze twee plaatsen zijn zon 150 km van elkaar verwijderd. De metgezellen hadden niet genoeg kamelen en elk groepje van drie moest samen 1 kameel delen. Gemiddeld zou iemand in een reis dus 100 km lopen! De Profeet (vzzmh) deelde zijn kameel met Ali ibnaboe-Talib en Mathad ibn-aboe-Marthad. De Profeet was toen 55 jaar, Ali was 21 en Marthad was 20 jaar. Deze twee jongemannen konden het niet over hun hart verkrijgen om de oudere Profeet zon lange afstand af te laten leggen, dus spraken ze af dat zij zouden lopen, en dat de Profeet op de kameel mocht. Samen gingen ze het aan de Profeet (vzzmh) vertellen. Hij zei: Nee, bij Allah niet, jullie zijn niet beter dan ik in het lopen, en ik heb de zegeningen net zo hard nodig als jullie. Laten we uit deze gebeurtenis onze leerpunten trekken en laat het een steun voor ons zijn om te proberen overal zoveel mogelijk zegeningen uit te halen. Ook Aboe-Bakr wilde tijdens zijn hidjra (migratie) de volle prijs voor zijn rijdier betalen, om zo de volledige beloning voor zijn migratie te verkrijgen. Als de metgezellen en de Profeet op deze manier omgingen met het behalen van zegeningen, zij die wisten dat ze het paradijs zullen binnentreden, zij die zoveel deden. Wat moeten wij dan doen?
4- Tegenspoed Dit waren de vier 'stations' van het hedendaagse leven. Zij die deze waardevolle kansen (helaas) hebben gemist, zij die toch te trots waren om vergeving te vragen of berouw te tonen: zij hebben veel gemist, want anderen hebben een voorsprong. Maar Allah (VVIH) is de Barmhartige, de Genadevolle, Hij biedt ze nog drie andere kansen in het graf. De Profeet (vzzmh) zei: Het graf is een tuin van de tuinen van het paradijs, of een kuil van de kuilen van het hellevuur. Zij die hun kansen in het wereldse leven goed hebben benut, zullen dichter bij het eerste zijn, maar zij die dat niet doen, zullen eerder in de laatste terechtkomen. Maar Allah de Genadevolle geeft ons nog de volgende drie kansen:
1- Het djanaza gebed
2- De bestraffing van het graf
3- De daden die de levenden voor jou doen Nu rest ons alleen de vier stations van de dag des oordeels:
1- De omstandigheden op de dag des oordeels
2- Het staan voor Allah (VVIH) Er wordt zelfs door de Profeet (vzzmh) verteld dat er mensen zullen zijn die Allah smeken om het vuur in te gaan, in ruil voor dat ze dat moment niet mee hoeven te maken. De overige twee stations worden in de volgende aflevering (de dood) besproken.
Ik vraag Allah om ons te helpen Zijn pad te volgen. 2 Verheerlijkt en Verheven is Hij. Amr Khaled Vertaald door: Dar Altarjama
Markeer als favoriet
Bookmark
Email dit artikel
Hits: 4716 Commentaar (0)
![]() Schrijf commentaar
|
| Aisha (r.a.a.) heeft verteld dat de Profeet (s.a.a.w.s) heeft gezegd : "Als iemand sterft , terwijl hij nog (verplichte) vasten moet doen, moet zijn erfgenaam voor hem vasten." (Boekharie en Moeslim) |